
klik om een oordeel te geven!
Onlangs vertelde mij iemand dat aan sommige zeer prestigieuze Britse universiteiten het vaak voorkomt dat jonge promovendi zichzelf snijden - blijkbaar een manier om met de prestatiedruk om te kunnen gaan. Ik moet vaak aan de anekdote denken, als ik het nieuws en de discussie volg over het onverdoofd ritueel slachten. Het belangrijkste argument om dit te verbieden, is dat de dieren onnodig pijn lijden. Pijn is in de moderne samenleving bij uitstek het morele ijkpunt. Wie pijn als troefkaart uitspeelt, heeft het debat in handen. Een dier dat pijn lijdt, moet bijvoorbeeld haast wel wijzen op barbaarse handelingen.
Nu spreek ik daarover geen waardeoordeel uit, maar ik denk wel dat we behoefte hebben aan een filosofische beschouwing over pijn. Pijn is volgens mij een belangrijke reden waarom steeds weer de discussie over de plaats van godsdienst in een seculiere samenleving oplaait. Religie en seculair staan hier namelijk diameteraal tegenover elkaar. De huidige seculiere moraal steunt vooral op het Britse utilisme, waarin het vermijden van pijn als een leidend motief voor menselijk handelen wordt gezien. Maar in veel religies wordt pijn (of afzien) juist opgezocht, als een mediator tussen het fysieke lichaam en het spirituele. Van relatief kleine offers – geen vis op vrijdag, vasten, voetpelgrimage – tot zelfkastijding. Pijn heeft bij veel religies ook een sociale, een theatrale functie. Is dat achterhaald? Of geven de religieuze praktijken vorm aan een existentiële behoefte aan pijn lijden en offers maken, die ook zonder religie zou bestaan?
Ook in de moderne wereld, waar pijn vermijden als het hoogste morele gebod is gaan gelden, zien we in ieder geval dat mensen pijn bewust opzoeken. Dan heb ik het niet slechts over die promovendi. Kijk naar de centra voor plastische chirurgie, de fitnessclubs, de dieetrages – er wordt wat afgeleden, en dat lijkt mij meer dan alleen maar een instrument om te voldoen aan een schoonheidsnorm. Pijn heeft voor veel sporters en lijners een intrinsieke en zelfs zingevende waarde. Het hedendaagse adagium
Pain is gain is een gebod, en geen droge beschrijving van wat je moet doen om succes te boeken. Pijn biedt misschien wel een grond onder het op zichzelf ondoorgrondelijke menselijke bestaan; een manier van controle. Zelfs een overweldigende ervaring van leven; een thema dat in de film
Fight Club wordt uitgespeeld, waarin mannen – in het dagelijkse leven anonieme ambtenaren in een veilige en vooral pijnloze wereld - elkaar op clandestiene pekken vrijwillig afranselen, om vooral maar eens iets te voelen.
Ik wil niets afdoen aan het tragische lot van mensen die lijden aan (chronische) pijn. Ongetwijfeld is veel pijn volkomen zinloos. Maar misschien moeten we niet te snel alle pijn (en afzien, onthouding et cetera) over één kam scheren. Nog niet zo lang geleden zwengelde de artsenfederatie KNMG een discussie aan over jongensbesnijdenis. Past dat nog wel, in een moderne samenleving? In die lijn doordenkend: moeten we dan ook niet de Ramadan ter discussie stellen? Moet er bijvoorbeeld geen verbod komen op de deelname van jonge mensen, die nog in de groei zijn? Als je pijn en onthouding louter ziet als een biologisch en overduidelijk onprettig fenomeen, en daarom als een schending van de menselijke waardigheid, dan zijn dat logische vragen. Maar als pijn en onthouding ook een symbolische rol spelen, zelfs betekenisgevend kunnen zijn, dan moeten we nog eens goed nadenken. Dat is overigens glad ijs: dat pijn een betekenisgevende rol kan spelen, is niet hetzelfde als het zo maar goed praten. Ontaarding en terreur liggen altijd op de loer. Des te meer reden om er goed over na te denken.