Waarover je niet
kunt spreken,
daarover moet je
zwijgen.
Alle filosofie is
taalkritiek.
WittgensteinLudwig Wittgenstein heeft tijdens zijn leven twee verschillende filosofische posities ingenomen. In de periode van zijn eerste filosofische werk, de Tractatus logico-philosophicus, was hij van mening alle filosofische problemen te hebben opgelost. Hij stelde dat er een correspondentie bestaat tussen taal en werkelijkheid. Zinnen zijn een logische afspiegeling van de werkelijkheid. Als een bewering niet verwijst naar iets buiten ons, is zij zinledig. Uitspraken uit het domein van ethiek, esthetica of metafysica betekenen daarom niets. Toch vond Wittgenstein juist deze zaken het belangrijkst. Maar hij wilde streng redeneren en concludeerde: 'Waarover met niet kan spreken, daarover moet men zwijgen.' Via de taal was niets zinnigs over ethiek en religie te zeggen, maar de waarde van deze zaken kon volgens hem wel in het leven 'getoond' worden. De Wittgenstein van de Philosophische Untersuchungen kwam tot het inzicht dat woorden pas betekenis krijgen binnen een bepaald taalspel. Elk taalspel kent zijn eigen regels, waardoor de correspondentietheorie niet meer opgaat.
Naam
Wittgenstein
Stroming
Geboren
26 april 1889
Wenen, Oostenrijk
Hoofdwerken
Tractatus logico-philosophicus (1921); Philosophische Untersuchungen (1953)
Overleden
29 april 1951
Cambridge, Groot-Brittannië
Inspireerde
Wittgenstein is van groot belang geweest voor de Wiener Kreis, het neopositivisme en de analytische filosofie. Lyotard en andere postmoderne filosofen hebben dankbaar gebruik gemaakt van zijn taalspeltheorie.
Opleiding
Technische Hogeschool in Berlijn, vliegtuigbouw aan de universiteit van Manchester, filosofie in Cam
Opmerkelijk
Wittgenstein heeft in 1904, in Linz, een jaar met Hitler op school gezeten, zij het niet in dezelfde klas. Wittgenstein sloeg namelijk een klas over, terwijl Hitler bleef zitten. Wittgenstein studeerde vliegtuigbouw en ontwikkelde een nieuw soort motor. Tijdens de Eerste Wereldoorlog meldde hij zich als vrijwilliger aan in het leger. In de loopgraven schreef hij de Tractatus. Zijn docent Bertrand Russell, die overigens niet veel zag in het onderscheid tussen 'zeggen' en 'tonen' schreef in 1919 over hem: 'Hij zit zo bomvol logica dat ik hem nauwelijks zover kan krijgen dat hij iets persoonlijks zegt. Hij is erg vriendelijk en zeker een stuk minder gek dan voor de oorlog. Hij stond vanochtend vroeg al voor mijn deur en klopte net zo hard tot ik wakker was. Sindsdien heeft hij ononderbroken vier uur lang over logica gesproken.'
Links
|