In 2010 publiceerden de Leidse historici Baudet en Visser de bundel Conservatieve vooruitgang, waarin een aantal vooraanstaande twintigste-eeuwse conservatieven werd geportretteerd. In hun tweede bundel beschrijven zij een reeks denkers uit de achttiende en negentiende eeuw, variërend van de ‘aartsvader’ van het moderne conservatisme Edmund Burke tot de Zwitserse cultuurhistoricus Jacob Burckhardt. Er zijn in deze bundel slechts twee Nederlanders opgenomen: de calvinistische antirevolutionairen Guillaume Groen van Prinsterer en zijn leerling Abraham Kuyper. De meeste portretten zijn leesbaar en goed gedocumenteerd. Jammer dat een kritische toon ontbreekt. Vrijwel alle geportretteerde conservatieven voelden zich verbonden met het christendom en keerden zich tegen het abstracte revolutionaire denken, waarin de mens ‘maakbaar’ werd geacht. Dat de christelijke godsdienst evenzeer doortrokken is van een abstract mensbeeld waarin de mens wordt voorgesteld als ‘zondig’ – daarvoor hebben weinig auteurs oog.