Auteur: Alexis de Tocqueville
Uitgever: Lemniscaat, Uitgeverij
Soort: Hardcover
Artikelnummer: 9789047703518
Recensie: Bang voor de dictatuur van de massa
prachtige uitgave Tocquevilles Democratie in Amerika
Door: Jan Dirk Snel
Niemand weet wat democratie is, en dat is maar het beste ook, want democratie is een gedeeld geloofsartikel. Regelmatig kun je iemand plechtig horen verklaren dat-ie een goed democraat is. Nooit zul je iemand horen zeggen dat-ie een goed antidemocraat of aristocraat is, want dat kan helemaal niet. Iedereen is tegenwoordig democraat.
Alexis de Tocqueville (1809-1859) had daar wel een verklaring voor. "In Amerika,' schrijft hij in Over de democratie in Amerika, "trekt de meerderheid een geweldige cirkel om het denken heen. Binnen die cirkel is de schrijver vrij, maar wee hem die grens waagt te overschrijden. Hij is het mikpunt van allerhande uitingen van afkeer en van dagelijkse vervolgingen." Terwijl de tirannie het vrieger van 'ketenen en beulen' moest hebben, heeft 'de beschaving zelfs het depotisme geperfectioneerd."
De dictatuur van de massa, dat was een van de dingen waarvoor Tocqueville waarschuwde. Karl Pisa typeerde hem ooit als 'Prophet des Massenzeitalters.' Tocqueville was bovenal de grote theoreticus van de gelijkheidsgedachte. In 1830 ging de jonge Franse edelman, die zijn graflijke titel bewust nooit voerde, kijken in de Verenigde Staten van Amerika, met toen meer dan 13 miljoen inwoners, verdeeld over 24 staten. Daar was immers wat Europa wachtte.
In 1835 en 1840 verwerkte hij zijn bevindingen in twee dikke boekwerken. De Leidse rechtsfilosoof Andreas Kinneging bezorgde samen met vertalers Hessel Daalder en Steven Van Luchene een prachtige, volledige uitgave, voorzien van alle tekstvarianten, toelichtingen en een instructieve nabeschouwing van 80 pagina's.
Tocquevilles vraag luidde: hoe handhaven we de vrijheid als de gelijkheid onherroepelijk oprukt? De tijd van een aristocratische samenlevingsorde was definitief voorbij, de democratie had de toekomst. Daaronder verstond hij veel meer dan een politiek systeem. Democratie, dat was een samenleving waarin iedereen gelijk was en het volk de dienst uitmaakte. De uitwerking was dat ene beginsel hoefde niet overal gelijk te zijn. Tocqueville was niet alle geïnteresseerd in hoe je democratie politiek gestalte kon geven, hem boeide vooral de vraag wat het beginsel betekende voor de onderlinge menselijke verhoudingen.
Een voorbeeld: de literatuur zou veranderen. 'Ik ben ervan overtuigd dat de democratie de verbeelding op den duur zal doen afkeren van alles wat buiten de mens staat om haar alleen op de mens te concentreren.'
Dat is toch redelijk uitgekomen.
Het probleem met klassieke werken is vaak dat ze tegenvallen. De samenvattingen zijn scherper. Onlangs las ik een befaamd werk van Emile Durkheim en op grond van de secundaire literatuur wist ik beter wat Durkheim had moeten schrijven dan de man zelf, die je nog ziet zoeken naar wat hij te zeggen heeft. Bij Tocqueville had ik dat ook weleens, maar minder. Dat komt doordat hij zijn hoofdstelling op vele kleine vragen loslaat en zich probeert voor te stellen hoe het verdergaat.
Amerikanen citeren Tocqueville vaak om te laten zien dat zijn 'voorspellingen' toch maar mooi zijn uitgekomen - soms ook niet, trouwens -, maar het boeiendste ligt in het bedenken van de concrete gevolgen van algemene principes. Tocqueville zou je een theoretisch socioloog kunnen noemen.
Het boek is zeer geschikt om met vrienden in kleine partjes te bespreken en samen verder te redeneren.
In democratieën, betoogt Tocqueville, hebben de mensen een voorkeur voor algemene ideeën. Ze redeneren abstracter. Dat is trouwens ook een kwestie van gemakzucht: je kunt zo sneller meer behappen. 'Een democratisch schrijver zal het graag op abstracte wijze hebben over capaciteit in plaats van capabele mensen.' Daarmee typeert hij ook zichzelf, want ook hij laat 'de gelijkheid' zelf handelen. En heeft dat door. Een verstandig man, dat vooral.