Michael Walzer winnaar Spinozalens 2007
dinsdag 30 oktober 2007Michael Walzer, winnaar van de Spinozalens 2007, is de meest vooraanstaande denker van de rechtvaardige oorlog. Hij heeft volgens critici ook een blinde vlek: Israël.
'Het denken van deze intellectuelen is te ondoorgrondelijk, hoe walgelijk het ook is'. In Filosofie Magazine van oktober vorig jaar haalt Michael Walzer uit tegen linkse denkers die de luchtaanvallen van Israël op Libanese dorpen en steden bekritiseren. De aanvallen waren volgens Israël gericht op Hezbollah, maar volgens critici als Noam Chomsky was verwoesting van Libanon het doel. Walzer, ooit het 'linkse geweten van de Verenigde Staten' genoemd, houdt Chomsky en medestanders voor gemakzuchtige pacifisten te zijn. Wie nooit vuile handen maakt, verspeelt de vrede evengoed. Een stelling die zijn denken over rechtvaardige oorlog typeert: oorlog is soms een noodzakelijk kwaad, laten we daarom nadenken hoe die zo rechtvaardig mogelijk te voeren.
De winnaar van de Spinozalens 2007, een tweejaarlijkse prijs die 'de redelijkheid en tolerantie' wil bevorderen, is niet wars van statements. 'Maatschappelijk betrokken', stelt het juryrapport. Dat beaamt de Nijmeegse rechtsfilosoof Thomas Mertens, die Walzer uitnodigde voor een besloten colloquium toen deze vorige maand in Nederland was voor de Thomas More-lezing: 'Betrokken op de werkelijkheid. Maar theoretisch uitstekend onderlegd. Hij toetst de theorie aan de praktijk, en verfijnt daarmee de theorie.'
Toch leidt deze betrokkenheid volgens critici ook tot een blinde vlek: Israël. Toen hij vorig jaar de aanval van Israël verdedigde werd de joods-Amerikaanse denker partijdigheid verweten. Hoe zat het met zijn rechtvaardigingsopvatting uit het standaardwerk Just and Unjust Wars (1977), dat in een oorlog nooit buitenproportioneel geweld mag worden gebruikt, omdat daarbij te veel burgerslachtoffers vallen? Hoe kon hij dan vóór het bombarderen van Libanese stadswijken zijn?
Volgens Mertens is er juist een grote mate van continuïteit in het werk van Walzer: 'Het beginsel van proportionaliteit is bij hem altijd ondergeschikt geweest aan verantwoordelijkheid. Bij proportionaliteit gaat het om getallen: hoeveel doden is een militair doel waard? Maar Walzer stelt dat de morele plicht om de eigen groep te beschermen voor dergelijke rekensommen gaat.' In het geval van Libanon was er een morele plicht van Israël om zichzelf door een preventieve aanval te beschermen tegen de militaire opbouw van Hezbollah. Terwijl Hezbollah volgens Walzer verantwoordelijk is voor burgerslachtoffers, omdat deze hun wapens in stadswijken stationeren.
Toch plaatst Mertens kanttekeningen bij de redenering van Walzer: 'Je kunt je afvragen of het aantal doden er moreel minder toe doet. Bovendien: wilde Israël inderdaad een aanval voorkomen? Volgens het Israëlische onderzoeksrapport van de commissie-Winograd is dat allerminst duidelijk. Daarnaast wordt in een recent rapport van Human Rights Watch gesteld dat het opslaan van wapens in dorpen en het afschieten van raketten vanuit drukbevolkte gebieden door Hezbollah geen wijdverspreide tactiek was.'
Leon Heuts