Brits taalonderzoek blijkt oud nieuws
dinsdag 19 april 2005Britse onderzoekers tonen aan dat ons wiskundig vermogen en taalvermogen onafhankelijk van elkaar kunnen functioneren. Volgens taalfilosoof Menno Lievers was dit allang bekend.
Onderzoekers in Engeland onderzochten de cognitieve vermogens van mensen met afasie. Afasie-patiënten zien door hun beschadigd taalvermogen geen verschil tussen de zinnen 'Hans slaat Grietje' en 'Grietje slaat Hans'. Een soortgelijk wiskundig verschil tussen bijvoorbeeld '80 - 40' en '40 - 80' zagen ze wel. De resultaten van het onderzoek werden gepubliceerd in
Proceedings of the National Academy of Sciences (1 maart 2005).
BBC news en
Nature brachten de resultaten van dit onderzoek naar voren als nieuws met implicaties voor de taalfilosofie. Het zou Noam Chomsky's theorie, dat taal de basis is voor het denken, weerleggen.
Menno Lievers vindt het artikel tegenvallen: 'Dat rekenen en taal verschillende cognitieve processen zijn is allang aangetoond. Begin twintigste eeuw werd dit al duidelijk door het 'syndroom van Gerstmann'. Gerstmann onderzocht mensen die leden aan acalculia, zij konden wel praten maar niet rekenen. In 1988 schreef Weiskrantz een studie getiteld
Thought without language, waarin hij wiskunde en taal als seperate vermogens zag.'
Noam Chomsky's theorie wordt met het onderzoek niet onderuit gehaald: 'Chomsky geloofde juist in verschillende cognitieve faculteiten voor taal, wiskunde en muziek. De gedachte dat taal fundamenteel is voor het denken is in de jaren tachtig al verlaten. Denken is niet talig, ons cognitieve vermogen is veel groter. We kunnen iets begrijpen zonder er woorden voor te hebben. Apen kunnen ook optellen zonder dat ze het begrip 'plus' hoeven te kennen. Begrijpen van betekenis is niet hetzelfde als een begrip hebben.'
Elselien Dijkstra