'Ik ben in het huis van vrienden, zie een boek van Kluun en een boek van Anna Enquist liggen'
Discussieer mee
dinsdag 22 juni 2010Ik weet dat het boek van Kluun weer gaat over de dood van zijn vrouw en dat van Enquist weer over haar verongelukte dochter, over onmetelijk verdriet. Het triggert mijn dilemma: ik vind het ethisch gezien niet juist als uitgevers egoleed zo exploiteren.
Volgens mij horen ze hun auteurs te vragen: “Zou je dit nu wel uitgeven?” Ik vrees dat ze eerder zeggen: “Schrijf maar snel door! Dan kan het nog in de catalogus, want de feestdagen komen eraan.” Ik vind het vooral niet juist tegenover diegene die geëxploiteerd wordt: misschien wilde de vrouw van Kluun of de dochter van Enquist dit helemaal niet. Of misschien hadden ze gezegd: “Schrijf er één keer over en dan stoppen.”
En toch, terwijl ik dat allemaal vind, begin ik te lezen. Nu kan ik dat aan de macht van de marketing wijten. Ik heb deze boeken niet zelf gekocht, dat zou ik nooit doen. Ik zal ook niet naar de verfilming van
Komt een vrouw bij de dokter gaan. Tegen de massale media-aandacht kun je nooit helemaal op. Dat weet ik – net als Kluun ben ik gepokt en gemazeld in marketingcommunicatie.
Tegelijk kan ik voor mezelf ook wel weer rechtvaardigen dat ik deze boeken ga lezen, anders kan ik er namelijk niet over oordelen. Mijn vader was veel principiëler. Hij zou direct gezegd hebben: “Heer, laat deze beker aan mij voorbijgaan.” Mooie woorden. Maar misschien móét je aan deze beker van het voyeurisme wel af en toe nippen om te weten wat je aan je voorbij laat gaan. Anders kraam je daar oordelen over uit die je nergens op kunt baseren. Dus ik lees wat in beide boeken en merk dat je Kluun en Enquist in literair opzicht niet kunt vergelijken: Enquist schrijft veel beter. In exploitatie van leed daarentegen doen ze, en hun uitgevers, nauwelijks voor elkaar onder. Wat mijn dilemma bevestigt, en dat is ook weer fijn.
Toch stop ik al snel met lezen. Ja, waarom? Die boeken zijn toch al gekocht, iemand anders heeft ervoor betaald, dus in financieel opzicht werk ik niet mee aan de exploitatie van dit leed. Maar voor mezelf is stoppen beter, denk ik – wéét ik. Want al ontkom je er misschien niet aan te nippen aan de beker van het voyeurisme, je hoeft jezelf nu ook weer niet dood te drinken.’
Anjo Brombacher (64), raadgever, innovatief denker en ondernemer, Barsingerhorn
(opgetekend door Maarten Meester)
Reageer
hier op dit Klein dilemma.