'Zou ik zonder kinderen en met een baan buitenshuis iemand anders zijn dan nu?'

donderdag 21 januari 2010'Rita Broos (1969), voornamelijk moeder, uit Rijssen: 'Lang geleden heb ik dat toen felbegeerde hbo-diploma gehaald om een bijdrage van wezenlijk belang aan onze maatschappij te kunnen leveren. Het leven is anders gelopen. Ik heb vijf prachtige dochters gekregen, die ik zelf iedere dag met veel liefde en toewijding verzorg. Is dat genoeg om voor te leven? Mis ik niet iets essentieels?

Kapitaalvernietiging, zou Heleen Mees [feminist en publicist, MM] zeggen, maar Heleen Mees heeft geen kinderen, en ontleent haar bestaansrecht aan de hoge positie die ze bekleedt op de maatschappelijke ladder. Maar ik? Ontleen ik mijn bestaansrecht aan het feit dat ik vijf dochters op de wereld heb gezet?

En wat voor voorbeeld geven mijn man en ik onze kinderen eigenlijk? Papa is meer dan zestig uur in de week druk met het managen van een twintigtal bedrijven. Mama is, afgezien van de zaterdagen en twee koopavonden per week, continu in de weer met huis, kinderen en alles wat daarbij komt kijken. Je hoeft maar een Libelle open te slaan om te lezen dat financiële zelfstandigheid voor vrouwen een belangrijke stap is op weg naar een gelukkig leven.

Maar wacht: draait nu alles om geld? Voor het overige ben ik immers heel zelfstandig. Ouderavonden, hobby’s, sporten, klussen in en om het huis – het staat allemaal in mijn agenda. En is mijn man niet net zo afhankelijk van mij als ik van hem? Mijn dochters zijn immers ook de zijne, en het hele (gezins)leven buiten de zaak komt op mijn bordje terecht. Is dat trouwens niet de bedoeling van een huwelijk: wederzijdse afhankelijkheid? Dat houdt de boel toch in evenwicht?

Alleen – en daar wringt het weer –, is werk niet belangrijker dan het huishouden? “Jullie kinderen worden op onze school voorbereid om, straks met hun hbo- of wo-diploma, verantwoordelijke posities te bekleden binnen onze maatschappij”, sprak de rector enkele weken geleden op een ouderavond. “Banen waarin je je niet kunt veroorloven eens een weekje ziek te zijn.” Onzin, dacht ik, want als mijn man één of twee keer per jaar flink de griep heeft, kruipt hij in bed, en neem ik zijn telefoon over. Het bedrijf draait wel door, in tegenstelling tot het huishouden, dat met een schok tot stilstand kwam toen ik onlangs met borstontsteking en torenhoge koorts tot liggen werd gedwongen.’

(Opgetekend door Maarten Meester)

U kunt hier reageren op het dilemma van Rita Broos.

Zelf een moreel dilemma voorleggen? Mail naar droovers@filosofiemagazine.nl

Gerelateerde artikelen




Login

Zoek