Geloven zit in onze natuur
dinsdag 21 april 2009Amerikaanse psychologen ontdekten hoe geloof verankerd is in de structuur van onze hersenen. De filosoof David Hume dacht hier 250 jaar geleden al over na.
Geloof is geworteld in de cognitieve – verstandelijke – hersendelen. Dit concluderen Amerikaanse neuropsychologen in het vooraanstaande wetenschappelijk weekblad PNAS. Proefpersonen kregen een aantal uitspraken over God voorgelegd. De hersengebieden die daarop actief werden, dienen voor cognitieve processen. Volgens de onderzoekers bewijst dit dat religieuze overtuigingen dezelfde neurologische basis hebben als sociale kennis, taal en logisch redeneren. De evolutionaire ontwikkeling van deze eigenschappen heeft ook geloof mogelijk gemaakt.
De Schotse filosoof David Hume (1711-1776) probeerde religie ook al te verklaren uit de menselijke natuur. De openbaring had hij niet nodig. Volgens Hume is de oorsprong van religieuze ideeën echter niet verbonden met cognitieve processen als logisch redeneren, maar met onze natuurlijke drijfveren, vooral met ‘angst’. Het meest aangetrokken tot (bij)geloof zijn dan ook de ‘zwakste en meest bange’ mensen – vrouwen. Een tweede verklaring vindt hij in onze neiging om aan de natuur menselijke karaktertrekken toe te delen. ‘We vinden in de maan menselijke gezichten terug, in de wolken legers.’ In
De natuurlijke geschiedenis van de religie beschrijft hij hoe mensen door een toename van kennis steeds dichter bij de ‘ware religie’ komen. Hoewel geloof ontstaan is uit de natuurlijke drijfveren, wordt de ware religie ontdekt door de rede.
Johan Olsthoorn
Bron:
www.pnas.org (PNAS vol. 106, nr. 12)
De natuurlijke geschiedenis van de religie, door David Hume, vertaling Willem Lemmens en Walter van Herck, uitg. Agora, Baarn 1999, 176 blz., € 19,90