Geen boycot tegen China, wel demonstreren

dinsdag 13 mei 2008Filosofen zien een boycot van de Olympische Spelen niet zitten.

De Chinese autoriteiten hebben hardhandig een einde gemaakt aan opstanden en demonstraties voor de autonomie van Tibet, en het gebied is hermetisch afgesloten van de buitenwereld. En dat terwijl de Olympische Spelen in China worden gehouden, een land met een discutabele reputatie op het gebied van mensenrechten. De Franse mediafilosoof Bernard-Henri Lévy stelt dan ook in Le Point dat alvorens deze Spelen ‘in het teken van de eerlijkheid kunnen staan, het bloedbad in Lhasa (de hoofdstad van Tibet, red) moet worden gestopt’. Maar daarmee eindigt het niet: China speelt volgens Lévy ook een kwalijke rol in Darfur, en moet meer doen om de massaslachtingen daar tegen te gaan.
Wat te doen? Een boycot? Zowel de Franse filosoof André Glucksmann – die in 1980 nog een boycot van de Olympische Spelen in Moskou steunde – als Michael Walzer, bekend vanwege zijn theorieën over de rechtvaardige oorlog – zijn sceptisch. Heeft een boycot immers niet het tegengestelde effect, namelijk dat het geïsoleerde regime nog krachtiger de mensenrechtenschendingen zal doorzetten? ‘Intellectuelen moeten net zo realistisch zijn als de Tibetanen’, schrijft Glucksmann in het Italiaanse dagblad Corriere della sera, ‘en beseffen dat een boycot internationaal onvoldoende steun krijgt’. Walzer zegt in Dissent dat sporters elkaar moeten kunnen ontmoeten, terwijl er toch gedemonstreerd kan worden. ‘Zoals in Londen en Parijs’, aldus Walzer, verwijzend naar de demonstraties tijdens de tocht van de Olympische vlam.
De Sloveense filosoof Slavoj Zizek vertrouwt het sentiment waarmee we naar Tibet kijken sowieso niet. In de London Review of books: ‘Wanneer mensen rouwen om het verlies van een authentieke Tibetaanse levenswijze, is dat niet omdat ze werkelijk om Tibetanen geven: ze willen dat ze spiritueel zijn voor ons, zodat wij verder kunnen met ons krankzinnige consumptiespel.’

Gerelateerde artikelen




Login

Zoek