Castro, filosofen en kalasjnikovs
dinsdag 18 maart 2008De afgetreden Fidel Castro kreeg regelmatig bezoek van westerse filosofen.
‘Geen oude mensen aan de macht! Ik heb er niet één gezien onder de leidende figuren. Al rondreizend op het eiland ben ik op alle verantwoordelijke posten mijn eigen zoons tegengekomen.’ Dat schreef Jean-Paul Sarte toen hij in 1961 een bezoek bracht aan Cuba. Nu, bijna een halve eeuw later, heeft Fidel Castro, op 81-jarige leeftijd, zijn functie neergelegd.
In de tijd dat hij aan de macht was, had Castro vele filosofen onder zijn bewonderaars en critici. Velen van hen brachten een bezoek aan Cuba als politiek toerist, ook wel fellow travellers genoemd, intellectuelen die openlijk hun sympathie betuigden voor een communistisch regime. Castro werd bezocht door onder anderen Sartre en de Beauvoir, Noam Chomsky, Harry Mulisch en Régis Debray.
De Franse filosoof Régis Debray ging een stuk verder dan de fellow travellers. Na de mislukte invasie in de Varkensbaai meldde hij zich bij de Cubaanse ambassade in Parijs als vrijwillige strijder. Dat de attachés van de ambassade zijn verzoek niet helemaal serieus namen, bleek uit het diplomatieke antwoord: ‘Wij nemen nota van uw verzoek.’ Vier jaar later publiceerde Debray een essay in Sartres blad Les temps modernes, dat toevallig door Che Guevara werd gelezen. Debray werd kort daarna uitgenodigd op Cuba. Hij liet zich door Fidel Castro persoonlijk instrueren in het gebruik van een kalasjnikov, en hij schreef
Revolutie in de revolutie?, waarin hij de ideologie van het guevarisme uiteenzette, een bonte mengeling van marxisme, avonturisme, en inzichten die hij opdeed in gesprekken met Castro.
Met Che Guevara vocht Debray in Bolivia, waar hij in 1967 gevangen genomen werd. Onder druk van Frankrijk werd hij vervroegd vrijgelaten in 1970. Debray keerde terug naar Frankrijk waar hij adviseur werd van president Mitterand.
Harm Schoonekamp