De stoïcijnse filosoof Epictetus beweerde dat mensen niet lijden door gebeurtenissen of door andere mensen, maar door hun eigen gedachten over die gebeurtenissen en die andere mensen. Het zijn altijd irrationele aannames, gemeenplaatsen en vooroordelen die lastige en niet-constructieve emoties als irritatie, angst, teleurstelling, jaloezie en schuldgevoel veroorzaken. Ook Seneca betoogt dat deze emoties energie vreten; gemoedsrust is niet alleen een prettiger gevoel, maar maakt ook effectiever handelen mogelijk. Aan de hand van concrete voorbeelden maakt Miriam van Reijen duidelijk dat ongewenste emoties altijd worden veroorzaakt door gedachten die op gespannen voet staan met de werkelijkheid. Het voor elke emotie typerende gedachtepatroon is altijd te achterhalen en door kritisch denken te veranderen, waardoor de niet–constructieve emoties verdwijnen en worden voorkomen. Een van de meest verrassende inzichten is dat negatieve emoties geen enkele positieve functie hebben. Ze betekenen lijden (passief) in plaats van leiden (actief, initiatief). Inzicht, gedrevenheid en moed kunnen in de praktijk eenzelfde functie vervullen als een emotie, en zonder ongewenste neveneffecten. Stoïcijnse levenskunst betekent de verandering van een lijder in een leider. De 17e eeuwse filosoof Spinoza en de 20e eeuwse filosoof Sartre hebben een vergelijkbare opvatting over het ontstaan van emoties door cognitie. Daarmee, en ook met hun opvatting over het niet (Spinoza) of juist wel (Sartre) bestaan van een vrije wil, leveren zij bruikbare inzichten die kunnen leiden tot een gelukkiger leven. Bij de stoïcijnse levenskunst hoort ook het gemakkelijker keuzes kunnen maken, zonder nodeloze onzekerheid en gepieker vooraf en zonder zinloze spijt en schuldgevoel achteraf. In dit kader wordt de ‘hedonistische calculus’ van Epicurus behandeld.
Dr. Miriam van Reijen (1946) is afgestudeerd in de sociale filosofie en ethiek (Nijmegen, 1974), en in de cultuur- en godsdienstsociologie (Nijmegen, 1983). Van 1973 -1985 was zij o.a. wetenschappelijk medewerker filosofie aan de Universiteit van Nijmegen. Vanaf 1996 is zij werkzaam als docent aan de Senioren Academie Brabant (HOVO) van de Universiteit van Tilburg; van 1998 t/m 2010 was zij docent filosofie aan de Academie voor Sociale Studies van Avans Hogeschool, Breda. Zij heeft een lange ervaring in het geven van lezingen, workshops, trainingen en cursussen zoals ‘Filosoferen over emoties, ‘Filosoferen over de goede keuze’, ‘Filosofie als levenskunst’ en ‘Geluk door wijsheid’ voor diverse instellingen, organisaties en verenigingen en in verschillende filosofische centra in Nederland en Frankrijk.
Daarnaast houdt zij zich al jaren intensief bezig met Spinoza; in het bijzonder met zijn theorie van de passies en zijn politieke filosofie. Zij is bestuurslid van de Vereniging Het Spinozahuis. Momenteel verzorgt zij als hoofddocent een basisopleiding Filosofie in de Praktijk op de ISVW in Leusden.
Zij publiceerde o.a. Filosoferen over emoties, Nelissen, Soest, 1995, Emoties.Van stoïcijnse apatheia tot heftige liefde. Klement, Kampen, 2005 en Spinoza: De geest is gewillig maar het vlees is sterk, Klement, Kampen, 2008.